Skip to content
T
TikTaal
← All patterns

Kennen vs weten — twee werkwoorden voor "to know"

A2

English has one verb "to know"; Dutch has two — "kennen" for being familiar with people, places, and things, and "weten" for facts, answers, and information (often with a subclause).

Voortgang0 / 3
  • Voorbeelden bekeken
  • Geoefend
  • Scenario bezocht
  • Anna: ?

  • Mark: , . .

  • Sara: ?

  • Lisa: . .

Oefenen

1 / 4

Anna: Ken jij die nieuwe collega op de derde verdieping?

Do you know that new colleague on the third floor?

Vul het ontbrekende woord in:

Ja, ik hem. Hij heet Daan en hij komt uit Groningen.

Yes, I know him. His name is Daan and he's from Groningen.

Gebruikt in scenario's(5)