Voorzetsels van plaats vertalen niet altijd letterlijk uit het Engels. "In" gebruik je voor een afgesloten ruimte, "op" voor een vlakke ondergrond én voor sommige vaste plekken zoals kantoor of school, "aan" voor iets waar je dichtbij zit of langs staat, "bij" voor iemands huis of een persoon, en "naar" als je ergens heen gaat. Luister naar de combinaties, want elk voorzetsel hoort vast bij bepaalde woorden.
Anna: ?
Mark: .
Collega: .
Sara: , ?
Collega: .