"Aan" komt heel vaak voor bij werkwoorden voor beginnen, aandoen en aanraken. In een hoofdzin staat "aan" los aan het einde: "Ik trek mijn jas aan." In een bijzin blijft het werkwoord heel: "... als ik mijn jas aantrek."
Reiziger: ?
Medewerker: 4.
Nina: ?
Bram: .