"Uit" betekent vaak naar buiten of uitschakelen. In een hoofdzin staat "uit" los aan het einde: "Ik zet de lamp uit." In een bijzin blijft het werkwoord heel: "... voordat ik het licht uitdoe."
Sem: Ga je vanavond uit?
Yara: Ja, ik ga met vrienden uit eten.
Noor: Waar is de kat?
Daan: Hij is naar buiten gegaan. De deur stond open.