Relative time expressions: gisteren, vandaag, morgen, vorige/deze/volgende week, geleden, over
A2Dutch anchors time to "now" with fixed words instead of dates: eergisteren / gisteren / vandaag / morgen / overmorgen, plus "vorige / deze / volgende" for weeks, months, and years.
- Voorbeelden bekeken
- Geoefend
- Scenario bezocht
Collega: ?
Sara: , ?
Buurvrouw: ?
Tom: , .
Manager: ?
Anna: , .
Oefenen
1 / 5Collega: Wanneer heb je die mail gestuurd?
When did you send that email?
Vul het ontbrekende woord in:
The day before yesterday already, didn't you see it?
Gebruikt in scenario's(5)
- Making, rescheduling and cancelling appointments in DutchA1
“Is morgen om half elf goed voor u?”
Thank you. Is tomorrow at half past ten, so 10.30, good for you?
- Reading a Rental ContractA2
“Ik bel over mijn huurcontract.”
Good afternoon. I am calling about my rental contract. I want to give notice.
- Greetings and goodbyesA0
“Tot morgen.”
Bye! See you tomorrow.
- Registering at the MunicipalityA1
“Het bewijs van inschrijving krijg je over een paar dagen per post.”
You get your BSN right away at the desk. You'll get the proof of registration by mail in a few days.
- Public transport — using the OV-chipkaart in the NetherlandsA1
“De volgende intercity vertrekt over acht minuten.”
Platform 9. The next intercity leaves in eight minutes.